Schrijf u nu in voor de nieuwsbrief
Cruises
8 dagen Romantic Rivièra op zaterdag 1 september 2012
Bel ons met uw vragen
terug naar overzicht

8 dagen Romantic Rivièra

Inclusief cruise

Dag tot dag beschrijving

Dag 1: Nice, Frankrijk
Vertrek: 1600
 
Nice is in korte tijd veranderd van een oude stad met herinneringen aan het chique wintertoerisme van de belle époque in een dynamische metropool, die zich economisch richt op de hightechbranche. Met het visitekaartje dat de stad nu kan verstrekken, staat ze internationaal nog meer in aanzien.
namische metropool, die zich economisch richt op de hightechbranche. Met het visitekaartje dat de stad nu kan verstrekken, staat ze internationaal nog meer in aanzien.

Nice geeft niet alleen blijk van de waardering van haar eigen historie, maar ook van een voorbeeldige restauratie van oude stadswijken en historische panden. Spectaculair is de prestigieuze nieuwbouw van een enorm cultureel bolwerk op de plek die voordien ‘ de lange leegte’ van Nice kon worden genoemd. Voordat dit project werd gerealiseerd, stroomde hier de rivier de Paillon door de stad. Haar mondingsgebied is overdekt en op de vrijgekomen ruimte staat nu de Acropolis, zoals het Palais de Congrès et de la Musique wordt genoemd. In het verlengde ervan is een even opzienbarend complex met een theater en een museum voor moderne en hedendaagse kunst gebouwd. De architectuur ervan dringt zich koesterend aan de omliggende okergele en dieprode 19e-eeuwse huizenblokken op. Hangende tuinen en esplanaden (parken) langs de oude winkelstraat maken van de overige ruimte een aantrekkelijke wandelzone die op de kustboulevard aansluit.

Op de beroemde Boulevard des Anglais zitten nog altijd honderden parmantige ouderen op de ijzeren stoelen, die al zo lang voor een sociaal fenomeen zorgen, aan de zee van hun pensioen te genieten. Ook de wirwar van straatjes in vieux-Nice zal hen lokken. Vanaf de markante rots de Colline de Château heeft u een prachtig panorama over Nice en de zinderende kust.

Geschiedenis
In de grotten van Terra Amata op de Mont Boron, die Nice van Villefranche scheidt, zijn werktuigen gevonden die aantonen dat deze streek al in de prehistorie werd bewoond. De eerste bronvermelding van Nice dateert uit de 1e eeuw n. C.: ‘Nicaea oppidum a Massiliensibus conditum’ (de versterkte plaats Nicaea gesticht door de Massilioten). De naam, die door de Grieken uit Marseille aan de plaats gegeven is, betekent ‘(godin) die de overwinning geeft’.

Voor de Romeinen was het landinwaarts gelegen Cimiez, dat nu een stadswijk is, van meer belang, terwijl Nice een Griekse kolonie bleef. Bij de ondergang van het Westromeinse Rijk veranderde Cimiez in ruïnes, maar Nice wist zich door haar haven en de onneembare Acropolis (ligging op de berg) te handhaven.

In de vroege middeleeuwen werd Nice een bloeiend stadje, dat met een mate van zelfstandigheid aan de graven van de Provence schatplichtig was. De kern ervan verschoof van het kasteel naar de stadsuitbreiding aan de voet van de berg, het huidige vieux-Nice. De graven van Savoie maakten in 1388 gebruik van de verwarring bij de erfopvolging en wisten het stadsbestuur aan zich te onderwerpen, zodat Savoie de beschikking kreeg over een versterkte havenplaats. De onneembare burcht op de berg werd aan het eind van de 17e eeuw bij een belegering van de Fransen grotendeels opgeblazen, omdat het eigen buskruit in de torens ontplofte. Na een nieuwe inval van de legers van Lodewijk XIV in 1706 werd de vesting voorgoed met de grond gelijk gemaakt.

Nice bleef voor Savoie als havenplaats behouden. De baai van de Ponchette voldeed in de loop van de 18de eeuw echter niet meer als haven. Aan de andere kant van de Colline du Château werd een nieuwe aangelegd: de Port Lympia.
De economie dreef op olijfolie, citrusvruchten en vis. De stad kwam in ontwikkeling, breidde zich uit en werd ontdekt als kuuroord.
Welvarend kon Nice pas worden na de aansluiting bij Frankrijk. Napoleon III, die Cavour bij de Italiaanse eenwording steunde, wist gedaan te krijgen dat de stad over haar eigen lot mocht beslissen. De bevolking koos in 1860 unaniem voor Frankrijk.

Bezienswaardigheden

Musée de Terra Amata
Bij bouwwerkzaamheden op de Mont Boron werd in 1965 een prehistorische nederzetting blootgelegd. De resultaten van het hierop volgende archeologische onderzoek waren zo opzienbarend dat ter plekke een museum werd ingericht. Het museum laat ondermeer door reconstructie van een jagerskamp de levensgewoonten van de oudste bewoners van deze streek zien.

Parc des Arènes
Hier is het Romeinse erfgoed van Cimiez te vinden. Het amfitheater, de thermen, een stuk heerbaan en resten van de antieke stad geven een indruk van deze belangrijke plaats aan het begin van onze jaartelling. De talrijke voorwerpen die bij de opgravingen werden gevonden, zijn in het Musée d’Archéologie verzameld.

Monastère de Cimiez
Dit franciscanenklooster heeft een uitbundige terrastuin met een mooi panorama over de vallei van de Paillon. In de kloosterkerk hangen twee schilderijen van Louis Bréa, een vroege piëta uit 1475 en een kruisiging uit 1512. Op het kerkhof staat de graftombe van Henri Matisse.
Matisse verbleef van 1916 tot aan zijn dood in 1954 in Nice, waar hij de laatste vijftien jaar in het voormalige Hôtel Régina gewoond en gewerkt heeft. In de 17e-eeuwse Villa des Arènes is na een schenking van zijn weduwe het Musée Matisse gehuisvest. De Collectie laat van het vroegste werk af de ontwikkeling van deze Fauvist zien.

Musée national du Message biblique Marc Chagall
De Bijbelse boodschap is een project van Chagall dat bestaat uit zeventien grote doeken met religieuze thema’s. Ook de mozaïekramen van het in 1972 geopende museum zijn van zijn hand.

Musée d’Art Moderne et Contemporaine
Het nieuwste complex met het museum en het theater bestaat uit vier marmeren torens die door passages met elkaar verbonden zijn. Wie geshockeerd wordt door het avant-gardistische werk van Yves Klein, César, Arman en de naoorlogse School van Nice kan het dak op om zich te troosten met de hof van Eden van Yves Klein en een blik over de stad. Internationale kunstenaars uit de collectie zijn Warhol, Oldenburg, Appel, Haring, Tinguely.

Palais Lascaris
Dit 17e-eeuwse paleis in de Rue Droite is mooi gerestaureerd. Het heemkundige museum van Nice is hier tevens in ondergebracht. Bij de Tour Bellanda brengt een lift u bovenop de Colline du Château. Vanaf deze rots, waar de stad haar grondvesten heeft, heeft u aan de ene kant een mooi uitzicht over Port Lympia en de Mont Boron en aan de andere kant ligt de Boulevard d’Anglais aan uw voeten uitgestrekt tot Antibes.

Boulevard d”Anglais
Dit is de wel heel bekende promenade. Van het oude casino, le Palais de la Méditerranée, is alleen de gevel bewaard gebleven als façade van een nieuw bouwwerk. Verderop staan de majestueuze hotels Westminster en Negresco. Er tussenin, achter een parkje verscholen. ligt het Musée Masséna, dat met documenten en familieportretten de geschiedenis van Nice aanschouwelijk maakt. Ook enkele meesterwerken van de 16e-eeuwse Primitieven worden hier tentoongesteld.
Op een mooie dag in 1955 zette Yves Klein zijn schildersezel aan de boulevard op en bracht de kunstwereld in beroering door zijn uitzicht over zee uit te beelden als een monochroom blauw vlak.

Monaco
Monaco bevindt zich op 18 km ten oosten van Nice en 12 km ten westen van de Frans-Italiaanse grens. Het bestaat uit vier delen: Monaco-Ville, Monte Carlo, La Condsaminre en Fonvieille. In het bekende casino schoot Mati Hari ooit een Russische spion dood en veroverde Richard Burton Liz Taylor. Het gebouw werd in 1878 gebouwd door Charles Granier en lijkt op de Parijse Opera.

De opkomst van Monte Carlo begon omstreeks 1860, ten tijde van prins Charles, die, zoals de meeste vorsten, wel een bijverdienste kon gebruiken.
De prins deed een gelukkige keuze door een zekere Francois Blanc de leiding te geven van het armetierige speelbankje in Monaco. Deze Blanc, een man met een brede visie, begon met op de kale Rocher des Spéluges een majestueus casino te bouwen, ontworpen door Garnier, de architect van de Opéra te Parijs.
Ter ere van prins Charles kreeg de kale hoogte de naam Monte Carlo: royale tuinen en terrassen met een schat aan bomen, planten en bloemen werden er op aangelegd, enkele luxueuze hotels en café’s verrezen in de nabijheid en de nodige publiciteit zorgde voor de rest.
Russische grootvorsten, Franse, Engelse en Duitse hertogen en graven verschenen, die op snelle wijze het familiekapitaal hoopten te vergroten, meestal echter met averechts resultaat, ten gunste van Monte Carlo, dat floreerde door de binnenvloeiende geldstroom.

Monaco heeft in tegenstelling tot de andere kuststeden aan de Franse Rivièra niet geschroomd om de hoogte in te bouwen. Het staatje is door zijn aantrekkingskracht op gefortuneerde immigranten te klein, zodat het zich wel heeft moeten uitbreiden met wolkenkrabbers. Omdat de torenflats tegen de hellingen aan liggen en op onmogelijke plekken zijn gebouwd, ontstaat er een futuristisch en Babylonisch effect, dat nog versterkt wordt door de straten die elkaar op verschillende niveaus kruisen. Het snobistische en kosmopolitische karakter van het prinsdom benadrukt de vervreemdende sfeer.

Bezienswaardigheden

St. Nicholas Cathedral
Een kort bezoekje aan deze kathedraal, zal u een blik gunnen op het graf van Prinses Gracia.

Prince’s Palace
Deze vroegere vesting bewaakt Monaco nog steeds vanaf de top en is nog steeds het middelpunt van middeleeuws Monaco.
Geniet van het schitterende uitzicht en een bezoek aan één van de zalen van het grote Italiaanse paleis, waar u de exclusieve kunstschatten kunt bezichtigen.
Vlakbij dit paleis is de Grand Prix Motor Racebaan.

Monte Carlo Casino
Dit is het meest prominente gebouw als middelpunt van de Riviera. De architect van dit gebouw is Charles Garnier. Het rad van deze beroemde instelling draait al sinds 1856. Een blik naar binnen is min of meer verplicht, vooral de Roze Salon, waar schitterende beschilderingen op het plafond zijn aangebracht.

Het paleis van de prins
Het is evenals de mooie tuinen elke dag te bezoeken. De oudste gedeelten dateren uit de 13de eeuw.
Voor en naast het paleis staan nog oude kanonnen die een merkwaardige decoratie vormen. Keurige stapels kanonkogels liggen ernaast, met het oog op souvenirjagers zorgvuldig in cement vastgezet.
Op het plein voor de toegangspoort van het paleis trekt het kleurige schouwspel van het aflossen van de wacht (om 11.55 uur) steeds een menigte kijkers.

Cagnes-sur-Mer
Cagnes-sur-Mer is een naam in meervoud. Er is eigenlijk sprake van drie Cagnes: de badplaats Crosde-Cagnes, het moderne centrum Cagnes-Ville en Haut-de-Cagnes, de oude heuvel die wordt beheerst door het Château de Cagnes. De Grimaldi’s, die ook Monaco verwierven, waren vanaf 1300 met deze vesting beleend. In de 17de eeuw werd het kasteel door de invloedrijke Jean-Henri Grimaldi aangepast aan de hoffelijkere behoeften van zijn tijd. Beroemde kunstenaars kregen de opdracht om fresco’s te maken. Daarbij werd de trompe -l’oeil-techniek toegepast. De plafondschildering De val van Phaëton verhoogt de wanden met een imaginaire zuilengalerij en confronteert de argeloze bezoeker met de kont van een neerstortend paard.
Nadat de gemeente het kasteel in 1937 had aangekocht, kreeg het een veelzijdige museumbestemming. De zalen en vertrekken rondom de prachtige patio maken ondermeer deel uit van het olijvenmuseum, de expositieruimte voor het Festival International de la Peinture en de Donation Solidor. De zangeres Suzy Solidor was een ijdele dame die zich graag liet portretteren. Hoe een veertigtal gerenommeerde kunstenaars als Picabia, Van Dongen, Cocteau en Tamara de Lempicka haar hebben bestudeerd, kunt u in het voormalige boudoir van het markiezin Grimaldi zien.

Bij een wandeling door het oude stadje treft u overwelfde gangen aan, zoals Rue Sous-Barri, geheimzinnige nissen en met keien geplaveide straatjes.

De impressionist Auguste Renoir leit aan het begin van de 20ste eeuw een huis bouwen op het domaine des Colletes, dat hij had gekocht om de eeuwenoude olijfbomen op dit landgoed te redden. Hij bracht er zijn laatste jaren door en na zijn dood werd het zijn museum Musée Renoir. De inrichting werd in dezelfde staat gelaten als in de tijd van de schilder. De ezel staat nog in het atelier voor hem klaar.

Nuttige tips

Winkelen
U vindt op Avenue Jean Médicin de mooie Franse warenhuizen. De eigenlijke winkelstraten liggen tussen Rue Biscarra en Boulevard Dubouchage. Winkels zijn geopend op maandag t/m zaterdag van 09.00-19.00 uur. Souvenirs: ambachtelijke producten, aardewerk poppetjes in klederdracht, keramiek, geurmiddelen, glaswerk, olijfolie, lavendel, wijn.

Tip
In vieux-Nice is de Cours Saleya ‘the place to be’ met de aangename caféterrassen en de bloemen-en groentenmarkt. Verderop is Place St. François met de vismarkt en het kleine Place Rossetti, waar de restaurants op het plein rond de fontein hun tafels hebben uitgestald.

Ligplaats schip
Cruiseschepen liggen aan de Quai du Commerce in de haven van Nice. Het is ca. 15 minuten lopen van het schip naar het stadscentrum.


Dag 1: St. Tropez, Frankrijk
Vertrek: 2359
Aankomst: 1900
Saint Tropez is genoemd naar Christian Martyr Torpès, de man die onthoofd werd in zijn geboorteplaats Pisa in opdracht van Nero. Volgens de legende werd zijn lichaam in een boot geplaatst, samen met zijn hoofd en met een rooster en een hond. De boot strandde op de plaats waar in 68 v. C. Saint Tropez werd gesticht. De stad en de haven zijn herbouwd door immigrantenfamilies uit Genua in de 15de eeuw. Tweehonderd jaar later werd de Franse marineadmiraals Pierre André de Suffren in Saint Tropez geboren. Zijn indrukwekkende standbeeld kijkt uit op de jachthaven en is gebouwd ter nagedachtenis aan de vele zeeslagen. Vijftig jaar geleden werd Saint Tropez een badplaats. Op 15 augustus 1944 landde het Amerikaanse leger onder bevel van Generaal Patch op één van de stranden. Een dag later werden zij vergezeld door Franse troepen en zo werd het zuiden van Frankrijk bevrijd.
bevel van Generaal Patch op één van de stranden. Een dag later werden zij vergezeld door Franse troepen en zo werd het zuiden van Frankrijk bevrijd.

Saint Tropez is vandaag de dag bekend om aparte kleding, glamour en hectische zomertaferelen. De kleine haven, gelegen aan één van de mooiste baaien van de Franse Riviera, is als een klein eilandje met maar 6000 permanente inwoners. Een dagtrip is voldoende om een indruk te krijgen van dit charmante plaatsje. De aantrekkelijke haven is omgeven met cafés en restaurants. Een kleine wandeling brengt u naar de vismarkt door de oude smalle straatjes naar de trendy winkels en antiekgalerijen. Vervolgens komt u aan bij de Place des Lices, waar u meer cafés, restaurants, winkels, muziek en een openlucht markt vindt. Twee minuten verder lopen ligt het elegante Byblos, St. Tropez meest luxe hotel: een Moors Provençaals dorpje met zwembaden, tuinen, restaurants en winkeltjes. In het oosten ligt de imposante citadel die de baai domineert. De verzameling kunst in het Annonciade museum is van hoge klasse. De verzamelaar George Grammont doneerde voornamelijk vele Impressionistische en Fauvistische kunstwerken aan de stad. Het museum is gelegen in een 16de eeuwse kapel aan de Quai de L’Epi (gesloten op dinsdag).
Ook aan te bevelen om te bezichtigen zijn de dorpjes Ramatuelle en Gassin met hun schitterende uitzicht; de Port Grimaud, ookwel de Cite Lacustre genoemd en de Côtes de Provence wijngaarden.

Nuttige tips


Stranden
Op een paar minuten lopen ligt het Plage des Graniers. Andere bekende stranden zijn Tahiti, Moorea, Voile Rouge en Club 55. Als u bij Club 55 uw lunch wilt gebruiken, raden wij u aan deze te reserveren. Tropzian action is een bekend, wit strand dat zich over 6 mijl uitstrekt.
De Pampelone baai is opgedeeld in 35 strandjes van privé eigenaren. De baai ligt op ongeveer 6 kilometer van het centrum van St. Tropez en is gemakkelijk per taxi te bereiken. U vindt er restaurants, bars, boetiekjes, mode shows, zwembaden, tuinen, douche’s, sauna’s, tennisbanen en een eindeloze stroom van zonaanbidders. Ieder strand heeft zijn eigen karakter.

Winkelen
De modeartikelen die u aantreft in de straten van St. Tropez zijn kopieën van de grote ontwerpers van hun collecties voor het volgende seizoen. Met meer dan 400 winkels, boetiekjes en galerijen is St. Tropez absoluut een winkelparadijs.

Uitgaan

Er zijn vele restaurants en cafés in de oude, smalle straatjes van het stadscentrum te vinden.

Restaurants
La Marine, 22 Quai Jean Jaures: visspecialiteiten, prijzig
La Table du Marche, 38 Reu Clemenceau: heeft een Franse keuken, een kleine gastronomische eetzaal, prijzig
L’echalotte, 35 Rue Allard: Franse keuken
L’Byblos, in het centrum van de stad: Nouveau cuisine
La Renaissance, Square des Lices: Franse en Italiaanse keuken
Chez Joseph, Rue du Cepon: Franse keuken.

Ligplaats schip
Cruiseschepen gaan voor anker en tenderboten zullen van het schip naar de kade brengen en visa versa. De tenderboten komen direct bij het centrum van Saint Tropez aan bij de Sogecca pier.




Dag 2: Ile Rousse, Corsica, Frankrijk
Vertrek: 2300
Aankomst: 0900
L'Île-Rousse (Corsicaans: Isula Rossa) is een gemeente in het Franse departement Haute-Corse (regio Corsica) en telt 2795 inwoners (2005). De plaats maakt deel uit van het arrondissement Calvi.
Dag 3: Bonifacio, Corsica, Frankrijk
Vertrek: 2300
Aankomst: 0900
Bonifacio is een prachtige middeleeuwse stad op het Franse eiland Corsica gelegen in het uiterste zuiden van het eiland. Het is misschien wel de mooiste stad van Corsica. Bonifacio ligt op mooie imposante witte krijtrotsen, op een hoogte van 64meter boven de zeespiegel en is de meest bezochte plek van Corsica en dat is niet verwonderlijk. De oude (boven)stad, die reeds in 833 is gesticht, torent hoog uit boven de krijtrotsen en kenmerkt zich door gezellige en pittoreske straatjes met winkeltjes. De mooie witte krijtrotsen stammen uit het Mioceen tijdperk en zijn door de eeuwen heen door de branding en de heftige golfslag al behoorlijk uitgedund en op diverse plaatsen afgebroken.


Bonifacio ligt op een afstand van ongeveer 130 km ten zuiden van Ajaccio en 170 km ten zuiden van Bastia. In de stad wonen ongeveer 3000 mensen. Onder de prachtige kalkrotsen zijn er grotten gevormd die men per boot kan bezoeken. Vanaf het water in een boot heeft men het beste zicht op deze kalkrotsen en de mooie kust van Bonifacio. Boven op die kalkrotsen ligt de oude bovenstad. Totaal verscholen in een beschutte inham ligt de gezellige en levendige jachthaven, die een sprookjesachtige uitstraling heeft. Bonifacio is niet alleen de meest zuidelijke stad van Corsica, maar ook van heel Frankrijk. Vanuit Bonifacio kan men ook een snelle oversteek maken naar het Italiaanse eiland Sardinie, dat op slechts 12 kilometer zuidelijker ligt. Ook duikers kunnen in de omgeving van Bonifacio hun hart ophalen, zo bevindt zich hier het “Merouville”, dit is een stuk zee bij de zuid oostelijke Lavezzi eilanden, waar veel zeebaarzen (Merous) zijn.

Bonifacio heeft een beneden en een bovenstad. In de beneden stad ligt de pittoreske en beschutte haven met veel visserboten en zeil en motorschepen. Rondom de haven zijn veel gezellige uitgaansgelegenheden, winkels en souvenirwinkels. Ook het nachtleven is hier goed, zooral in de zomer wanneer de stad ook veel wordt bezocht door rijke toeristen per boot. Het toerisme heeft hier een belangrijke rol, maar toch heeft ook de visvangst en ook de kreeft vangst een belangrijke economische rol. De kreeften zullen u ongetwijfeld smaken.

Alle bezienswaardige gebouwen en kerken bevinden zich voornamelijk in de oude bovenstad op de landtong. Op het einde vind men een kerkhof voor zeelui en kan men genieten van een mooi uitzicht. In het centrum zijn nog een aquarium, de vesting, de Porte de Genes met ophaalbrug, kerken (Sainte Marie Majeure en Saint Erasme), mooie pleintjes en straatjes. Er is zelfs een trap (Escalier du roi d'Aragon) die u tot bij het water brengt. Alhoewel er entreegeld te betalen is en er 180 treden zijn, is het een unieke belevenis omwillen van de schitterende panorama's. Aan het plein Place Grandval bevindt zich op nummer 31 een huis waar de familie Bonaparte heeft gewoond. Daartegenover is een huis met nummer 22, waar Karel de V in 1541 enkele dagen te gast was na zijn veldtocht in Algiers.

Geschiedenis

Bonifacio was vanwege haar gunstige zuidelijke ligging, direct aan zee waarschijnlijk al bewoond in de prehistorie, maar de overgeleverde geschiedenis van de stad gaat terug tot het jaar 828 toen de graaf van Toscane uit Lucca, genaamd graaf Bonifacio, hier een citadel liet bouwen als verdediging tegen de roofzuchtige Saracenen. Van enkele eeuwen die daarna volgeden is de geschiedschrijving niet bekend, maar waarschijnlijk leefde de stad van piraterij. Tot omstreeks 1200, toen Genua de macht greep over Bonifacio. De toenmalige inwoners werden gedeporteerd en hun plaats werd ingenomen door kolonisten uit Ligurie. De sporen van deze mensen ziet men nog steeds terug in het huidige dialect dat veel inwoners van Bonifacio spreken: een dialect met Ligurische kenmerken, dat verwant is aan het Genuees uit de 16de en 17de eeuw. Veel mensen uit naburige plaatsen kunnen dit niet eens verstaan, zo bijzonder als het is. De Genuezen bouwden Bonifacio om tot een vesting met maar liefst 8 bastions, met dikke muren, een ophaalbrug en een ondergronds waterreservoir.

In het jaar 1420 werd de stad Bonifacio gedurende 5 maanden belegerd door koning Alfonso van Aragon, die de haven blokkeerde waardoor de stad geen voedsel meer kreeg. De bevolking hield binnen de vesting stand en uiteindelijk kreeg de stad hulp van de Genuese vloot en zo werden koning Alfonso en zijn troepen weer verdreven. Uit deze tijd herinnert de trap “Escalier du Roi d’Aragon”, die volgens een legende zou zijn uitgehakt in de rotsen door koning Alfonso om zodoende de bevolking van Bonifacio tijdens de belegering te verrassen.

In 1528 stierven veel inwoners van de stad aan een pestepidemie. In 1554 werd de stad Bonifacio voor korte tijd veroverd door de Turken, die hulp kregen van de Fransen, maar in 1559 kwam de stad weer in handen van de Genuezen. Vervolgens kwam Corsica en dus ook Bonifacio in 1769 in Franse handen.

In de 19de eeuw stond Bonifacio in het teken van veel criminaliteit van Corsicaanse en uit Sardinie afkomstige misdadigers. De misdadigers pleegden op beide eilanden misdaden en verdwenen dan snel weer de zee op om zowel de justitie van Sardinie alsook van Corsica te ontvluchtten. Zo ontstond een druk zeeverkeer van criminelen tussen de beide eilanden, het stuk kuststrook, de zogenaamde straat van Bonifacio. Op een gegeven moment hadden zowel de Corsicaanse en Sardinese overheden er genoeg van en sloten in 1843 een verdrag. Zodoende werd er tussen beide eilanden veelvuldig gepatrouilleerd door oorlogsschepen en de situatie veranderde direct.





Dag 4: Elba, Italië
Vertrek: 1300
Aankomst: 0800
Elba is een bergachtig eiland, dat 30 km lang en 18 km breed is. Het landschap van Elba wordt bepaald door kastanje- en olijfbomen, wijngaarden, groen loofbos, karakteristieke bergtoppen en macchia (kort mediterraan struikgewas). De brede dalen op de zuidelijke hellingen zijn beduidend warmer met een typisch mediterrane vegetatie van agaven, oregano en tijm. Het eiland is het mooiste, grootste en rijkste in de Toscaanse archipel. De weelderige begroeiing en schitterende stranden van Elba trekken horden toeristen aan (alleen in augustus al meer dan een miljoen).


Ooit werd Napoleon enkele maanden naar dit eiland verbannen. Het huis waar Napoleon destijds woonde, ligt ca. 10 km ten zuiden van de hoofdstad Portoferraio.

De oostkust, die het minst bezocht wordt, bewaard de sporen van de vroegere mijnen van het eiland. Op de okerkleurige stranden komen de oude, verlaten mijnen uit, en zorgen voor indrukwekkende lichteffecten. Ware juweeltjes kijken uit op die schitterende zee: Cavo, Rio Marina met het magnifieke Castello degli Appiani en Rio nell’Nerba, vlakbij ligt één van de belangrijkste plaatsen ter wereld op het gebied van bergkristal. In het hartje van de bergketen in Rio nell’Elba is in het Palazzo Communale het interessante mineralenmuseum gevestigd. Daarboven domineert het kasteel van Volterraio, dat eeuwenlang onneembaar is geweest en bijna vanaf het hele eiland te zien is. In Cavo kan men met toestemming de erstgroeven bezoeken. Ook hier wordt u gelokt door zonnige baaitjes en dichte pijnbossen. Rio Marina is de haven van waaruit het ijzererts uit de mijnen van Elba wordt verscheept.

In het noorden is de mediterrane vegetatie heel dicht en groen. Het omzoomt de kleine, verborgen en veilige inhammen bijna tot aan de zee. Daar ligt Portoferraio, het vroegere Cosmopolis. Het is de hoofdstad van het eiland en met de veerboot bereikbaar vanuit Livorno of Piombino. Het water is hier groen en doorzichtig. De stad wordt gedomineerd door de oude vestingen en de Martellotoren. De geschiedenis is overal terug te vinden: Etrusken en Romeinen, Pisanen en de Genuezen, Florentijnen: allemaal hebben zij hun sporen achtergelaten op dit prachtige eiland. In het 6 kilometer verderop gelegen San Martino kunt u de Villa Napoleonica bezoeken.

Het mondaine Marina di Campo, aan de zuidkust van het eiland, is de grootste badplaats en heeft ook het grootste strand.

Het mooiste natuurschoon bieden de 1019 meter hoge Monte Capanne, niet ver van de pittoreske stadjes Poggio en Marciana, en de westkust, met zijn spectaculaire kliffen. De pijnbossen reiken hier tot aan zee. Poggio is een karakteristiek bergdorpje, beroemd om zijn thermale bronnen, stammend uit de tijd van Napoleon. Marciana, dat als Romeinse kolonie 35 jaar voor Christus werd gesticht. In de omgeving wordt wijn verbouwd die door kenners hoog gewaardeerd wordt.

Vlak bij Capoliveri, een charmant plaatsje in het zuidoosten, ligt een hele reeks kleine en populaire badplaatsjes. De stranden Pareti en Straccolino zijn aan te bevelen.

In het zuiden kunt u bij de Punta Calamita een magnetietmijn bezichtigen.

Porto Azzurro
Porto Azzurro is zeer geliefd bij toeristen, niet in de laatste plaats omdat het beschut ligt tegen de noordenwind. Het is het best uitgeruste haventje van Elba. Ze ontvangt haar bezoekers in restaurants op palen. In Porto Azzuro vindt u vele, leuke winkeltjes. Boven alles uit troont de stervormige vesting Fortezza di Portolongone (tegenwoordig een strafinrichting), die in 1603 onder de Spaanse koning Philips III gebouwd werd.

Portoferraio
De hoofdstad van het Italiaanse eiland Elba, Portoferraio, betekent letterlijk vertaald IJzerhaven. Hier werd tot voor kort het ruwe ijzer overgeslagen dat aan de oostzijde van het eiland werd gedolven. Gelegen op een rotsachtig schiereiland ligt Portoferraio aan de noordkant, aan een ruime baai. De haven geeft bij het binnenvaren een kleurrijk geheel waaraan de steile straatjes een apart cachet geven. U ziet vissersboten en een handvol luxe jachten. Vrachtboten zult u (bijna) niet aantreffen. Vanaf de kade is een leuke wandelroute te maken.

Bezienswaardigheden

Piazza Cavour
U vindt op dit verrassend grote plein vele winkels, cafés en restaurants. Op marktdagen gaat het er levendig aan toe.

Huis van Napoleon
Een historisch overblijfsel vormt het huis waar Napoleon jaren als verbanneling heeft gewoond. Dit huis ligt ±10 kilometer ten zuiden van Portoferraio.

Nuttige tips

Munteenheid
De munteenheid is de Euro.
Bijna overal worden credit cards geaccepteerd. Tevens zijn er op Elba geldautomaten waar u geld kunt pinnen.

Telefoneren
Nederland: 0031 + kengetal zonder 0 + abonneenummer. U kunt het beste met een telefoonkaart bellen die vrijwel overal te koop zijn.

Winkelen
De winkels zijn over het algemeen geopend van maandag t/m zaterdag van 09.00-13.00 & 15.30-19.30 uur.

Vervoer
Er gaan geregeld ferry’s naar het vasteland van Porteferraio. Elba is ook bereikbaar met een binnenlandse vlucht vanuit Milaan of Rome.






Dag 4: Portovenere, Italië
 
Aankomst: 1900
Geen informatie beschikbaar
Dag 5: Portovenere, Italië
Vertrek: 1900
 
Geen informatie beschikbaar
Dag 6: Portofino, Italië
Vertrek: 2300
Aankomst: 0900
Één van de mooiste en meest exclusieve kustplaatsen van Italië. Dit schitterende stadje is zeker een bezoek waard. Het ligt rond een natuurlijke baai, aan drie kanten nauw omsloten door groene heuvels en hoge huizen. Hier komen Italië’s miljonairs en beroemdheden. Portofino ligt aan de Rivièra di Levante, een schitterend kustgebied met uitzicht op een turkooizen zee, kleine vissersdorpjes en ongerepte bergen en kliffen. De kiezelstranden aan de voet van de met naaldbomen begroeide hellingen worden af en toe onderbroken door stroken geurige macchia. Het grootse deel van de Kaap van Portofino is verklaard tot Parco naturale. Het is een van de laatste onaangetaste natuurgebieden van de Italiaanse Rivièra. De heuvels zijn bedekt met macchia, een dichte vegetatie van zee- en aleppodennen en een geurige ondergroei van kruiden, jeneverbes, heide en cistrusroos. Er lopen wandelpaden kriskras door het heuvelachtige landschap. Vanaf de haven loopt een straatje omhoog naar het Castello di San Giorgio en het oorspronkelijke 12de eeuwse kerkje van San Giorgio vlak daarachter. Vanaf hier heeft u een prachtig uitzicht over Portofino, de baai en de omliggende heuvels. Plaatsjes in de omgeving Camogli is weinig veranderd sinds Dickens het omschreef als een ‘zilte, ruige zeeroversplek’. Met zijn mooie haven, steile straatjes, fel beschilderde huizen en tientallen al fresco’ restaurants is Camogli een van de minder drukke plaatsjes aan de Rivièra. Iets veder ligt Rapollo, aan het einde van de19de eeuw een chique badplaats, maar inmiddels ten prooi gevallen aan moderne hoogbouw en massatoerisme. De stranden, de boulevards en de vele culturele evenementen maken het tot een geliefd vakantieoord. Bij Portofino de kust omlaag heeft Sestri Levante een van de betere stranden van de omgeving, langs de Baia di Silenzio, een van de baaien waaraan het stadje ligt. Portovenere is bijna net zo mooi als Portofino, maar minder duur. U vindt er restaurants en bars te over, een vervallen vesting en een mooi heiligdom op de plaats waar eens een aan Venus gewijde tempel stond. Italianen die de streek goed kennen, gaan naar Lerici, een aantrekkelijke badplaats met beschutte stranden en een indrukwekkend 13de eeuws Pisaans kasteel. Nuttige tips Let op In Italië wordt er direct een toeslag berekend wanneer u gaat zitten als u iets bestelt. Dat verklaart ook waarom alle Italianen altijd hun koffie staand drinken aan de bar. Portofino is peperduur! Ligplaats schip Cruiseschepen gaan voor anker en tenderboten brengen u van het schip naar de haven en visa versa. De tenderboten komen gelijk in het centrum van Portofino aan.




Dag 7: Monte Carlo, Monaco, Monaco
 
Aankomst: 0900
Monaco bevindt zich op 18 km ten oosten van Nice en 12 km ten westen van de Frans-Italiaanse grens. Het bestaat uit vier delen: Monaco-Ville, Monte Carlo, La Condsaminre en Fonvieille. In het bekende casino schoot Mati Hari ooit een Russische spion dood en veroverde Richard Burton Liz Taylor. Het gebouw werd in 1878 gebouwd door Charles Granier en lijkt op de Parijse Opera.
on dood en veroverde Richard Burton Liz Taylor. Het gebouw werd in 1878 gebouwd door Charles Granier en lijkt op de Parijse Opera.

De opkomst van Monte Carlo begon omstreeks 1860, ten tijde van prins Charles, die, zoals de meeste vorsten, wel een bijverdienste kon gebruiken.
De prins deed een gelukkige keuze door een zekere Francois Blanc de leiding te geven van het armetierige speelbankje in Monaco. Deze Blanc, een man met een brede visie, begon met op de kale Rocher des Spéluges een majestueus casino te bouwen, ontworpen door Garnier, de architect van de Opéra te Parijs.
Ter ere van prins Charles kreeg de kale hoogte de naam Monte Carlo: royale tuinen en terrassen met een schat aan bomen, planten en bloemen werden er op aangelegd, enkele luxueuze hotels en café’s verrezen in de nabijheid en de nodige publiciteit zorgde voor de rest.
Russische grootvorsten, Franse, Engelse en Duitse hertogen en graven verschenen, die op snelle wijze het familiekapitaal hoopten te vergroten, meestal echter met averechts resultaat, ten gunste van Monte Carlo, dat floreerde door de binnenvloeiende geldstroom.

Monaco heeft in tegenstelling tot de andere kuststeden aan de Franse Rivièra niet geschroomd om de hoogte in te bouwen. Het staatje is door zijn aantrekkingskracht op gefortuneerde immigranten te klein, zodat het zich wel heeft moeten uitbreiden met wolkenkrabbers. Omdat de torenflats tegen de hellingen aan liggen en op onmogelijke plekken zijn gebouwd, ontstaat er een futuristisch en Babylonisch effect, dat nog versterkt wordt door de straten die elkaar op verschillende niveaus kruisen. Het snobistische en kosmopolitische karakter van het prinsdom benadrukt de vervreemdende sfeer.

Bezienswaardigheden
St. Nicholas Cathedral
Een kort bezoekje aan deze kathedraal, zal u een blik gunnen op het graf van Prinses Gracia.

Prince’s Palace
Deze vroegere vesting bewaakt Monaco nog steeds vanaf de top en is nog steeds het middelpunt van middeleeuws Monaco.
Geniet van het schitterende uitzicht en een bezoek aan één van de zalen van het grote Italiaanse paleis, waar u de exclusieve kunstschatten kunt bezichtigen.
Vlakbij dit paleis is de Grand Prix Motor Racebaan.

Monte Carlo Casino
Dit is het meest prominente gebouw als middelpunt van de Riviéra. De architect van dit gebouw is Charles Garnier. Het rad van deze beroemde instelling draait al sinds 1856. Een blik naar binnen is min of meer verplicht, vooral de Roze Salon, waar schitterende beschilderingen op het plafond zijn aangebracht.

Het paleis van de prins
Het is evenals de mooie tuinen elke dag te bezoeken. De oudste gedeelten dateren uit de 13de eeuw.
Voor en naast het paleis staan nog oude kanonnen die een merkwaardige decoratie vormen. Keurige stapels kanonkogels liggen ernaast, met het oog op souvenirsjagers zorgvuldig in cement vastgezet.
Op het plein voor de toegangspoort van het paleis trekt het kleurige schouwspel van het aflossen van de wacht (om 11.55 uur) steeds een menigte kijkers.


Dag 8: Monte Carlo, Monaco, Monaco
Vertrek: 0700
 
Monaco bevindt zich op 18 km ten oosten van Nice en 12 km ten westen van de Frans-Italiaanse grens. Het bestaat uit vier delen: Monaco-Ville, Monte Carlo, La Condsaminre en Fonvieille. In het bekende casino schoot Mati Hari ooit een Russische spion dood en veroverde Richard Burton Liz Taylor. Het gebouw werd in 1878 gebouwd door Charles Granier en lijkt op de Parijse Opera.
on dood en veroverde Richard Burton Liz Taylor. Het gebouw werd in 1878 gebouwd door Charles Granier en lijkt op de Parijse Opera.

De opkomst van Monte Carlo begon omstreeks 1860, ten tijde van prins Charles, die, zoals de meeste vorsten, wel een bijverdienste kon gebruiken.
De prins deed een gelukkige keuze door een zekere Francois Blanc de leiding te geven van het armetierige speelbankje in Monaco. Deze Blanc, een man met een brede visie, begon met op de kale Rocher des Spéluges een majestueus casino te bouwen, ontworpen door Garnier, de architect van de Opéra te Parijs.
Ter ere van prins Charles kreeg de kale hoogte de naam Monte Carlo: royale tuinen en terrassen met een schat aan bomen, planten en bloemen werden er op aangelegd, enkele luxueuze hotels en café’s verrezen in de nabijheid en de nodige publiciteit zorgde voor de rest.
Russische grootvorsten, Franse, Engelse en Duitse hertogen en graven verschenen, die op snelle wijze het familiekapitaal hoopten te vergroten, meestal echter met averechts resultaat, ten gunste van Monte Carlo, dat floreerde door de binnenvloeiende geldstroom.

Monaco heeft in tegenstelling tot de andere kuststeden aan de Franse Rivièra niet geschroomd om de hoogte in te bouwen. Het staatje is door zijn aantrekkingskracht op gefortuneerde immigranten te klein, zodat het zich wel heeft moeten uitbreiden met wolkenkrabbers. Omdat de torenflats tegen de hellingen aan liggen en op onmogelijke plekken zijn gebouwd, ontstaat er een futuristisch en Babylonisch effect, dat nog versterkt wordt door de straten die elkaar op verschillende niveaus kruisen. Het snobistische en kosmopolitische karakter van het prinsdom benadrukt de vervreemdende sfeer.

Bezienswaardigheden
St. Nicholas Cathedral
Een kort bezoekje aan deze kathedraal, zal u een blik gunnen op het graf van Prinses Gracia.

Prince’s Palace
Deze vroegere vesting bewaakt Monaco nog steeds vanaf de top en is nog steeds het middelpunt van middeleeuws Monaco.
Geniet van het schitterende uitzicht en een bezoek aan één van de zalen van het grote Italiaanse paleis, waar u de exclusieve kunstschatten kunt bezichtigen.
Vlakbij dit paleis is de Grand Prix Motor Racebaan.

Monte Carlo Casino
Dit is het meest prominente gebouw als middelpunt van de Riviéra. De architect van dit gebouw is Charles Garnier. Het rad van deze beroemde instelling draait al sinds 1856. Een blik naar binnen is min of meer verplicht, vooral de Roze Salon, waar schitterende beschilderingen op het plafond zijn aangebracht.

Het paleis van de prins
Het is evenals de mooie tuinen elke dag te bezoeken. De oudste gedeelten dateren uit de 13de eeuw.
Voor en naast het paleis staan nog oude kanonnen die een merkwaardige decoratie vormen. Keurige stapels kanonkogels liggen ernaast, met het oog op souvenirsjagers zorgvuldig in cement vastgezet.
Op het plein voor de toegangspoort van het paleis trekt het kleurige schouwspel van het aflossen van de wacht (om 11.55 uur) steeds een menigte kijkers.


Dag 8: Nice, Frankrijk
 
Aankomst: 0900
Nice is in korte tijd veranderd van een oude stad met herinneringen aan het chique wintertoerisme van de belle époque in een dynamische metropool, die zich economisch richt op de hightechbranche. Met het visitekaartje dat de stad nu kan verstrekken, staat ze internationaal nog meer in aanzien.
namische metropool, die zich economisch richt op de hightechbranche. Met het visitekaartje dat de stad nu kan verstrekken, staat ze internationaal nog meer in aanzien.

Nice geeft niet alleen blijk van de waardering van haar eigen historie, maar ook van een voorbeeldige restauratie van oude stadswijken en historische panden. Spectaculair is de prestigieuze nieuwbouw van een enorm cultureel bolwerk op de plek die voordien ‘ de lange leegte’ van Nice kon worden genoemd. Voordat dit project werd gerealiseerd, stroomde hier de rivier de Paillon door de stad. Haar mondingsgebied is overdekt en op de vrijgekomen ruimte staat nu de Acropolis, zoals het Palais de Congrès et de la Musique wordt genoemd. In het verlengde ervan is een even opzienbarend complex met een theater en een museum voor moderne en hedendaagse kunst gebouwd. De architectuur ervan dringt zich koesterend aan de omliggende okergele en dieprode 19e-eeuwse huizenblokken op. Hangende tuinen en esplanaden (parken) langs de oude winkelstraat maken van de overige ruimte een aantrekkelijke wandelzone die op de kustboulevard aansluit.

Op de beroemde Boulevard des Anglais zitten nog altijd honderden parmantige ouderen op de ijzeren stoelen, die al zo lang voor een sociaal fenomeen zorgen, aan de zee van hun pensioen te genieten. Ook de wirwar van straatjes in vieux-Nice zal hen lokken. Vanaf de markante rots de Colline de Château heeft u een prachtig panorama over Nice en de zinderende kust.

Geschiedenis
In de grotten van Terra Amata op de Mont Boron, die Nice van Villefranche scheidt, zijn werktuigen gevonden die aantonen dat deze streek al in de prehistorie werd bewoond. De eerste bronvermelding van Nice dateert uit de 1e eeuw n. C.: ‘Nicaea oppidum a Massiliensibus conditum’ (de versterkte plaats Nicaea gesticht door de Massilioten). De naam, die door de Grieken uit Marseille aan de plaats gegeven is, betekent ‘(godin) die de overwinning geeft’.

Voor de Romeinen was het landinwaarts gelegen Cimiez, dat nu een stadswijk is, van meer belang, terwijl Nice een Griekse kolonie bleef. Bij de ondergang van het Westromeinse Rijk veranderde Cimiez in ruïnes, maar Nice wist zich door haar haven en de onneembare Acropolis (ligging op de berg) te handhaven.

In de vroege middeleeuwen werd Nice een bloeiend stadje, dat met een mate van zelfstandigheid aan de graven van de Provence schatplichtig was. De kern ervan verschoof van het kasteel naar de stadsuitbreiding aan de voet van de berg, het huidige vieux-Nice. De graven van Savoie maakten in 1388 gebruik van de verwarring bij de erfopvolging en wisten het stadsbestuur aan zich te onderwerpen, zodat Savoie de beschikking kreeg over een versterkte havenplaats. De onneembare burcht op de berg werd aan het eind van de 17e eeuw bij een belegering van de Fransen grotendeels opgeblazen, omdat het eigen buskruit in de torens ontplofte. Na een nieuwe inval van de legers van Lodewijk XIV in 1706 werd de vesting voorgoed met de grond gelijk gemaakt.

Nice bleef voor Savoie als havenplaats behouden. De baai van de Ponchette voldeed in de loop van de 18de eeuw echter niet meer als haven. Aan de andere kant van de Colline du Château werd een nieuwe aangelegd: de Port Lympia.
De economie dreef op olijfolie, citrusvruchten en vis. De stad kwam in ontwikkeling, breidde zich uit en werd ontdekt als kuuroord.
Welvarend kon Nice pas worden na de aansluiting bij Frankrijk. Napoleon III, die Cavour bij de Italiaanse eenwording steunde, wist gedaan te krijgen dat de stad over haar eigen lot mocht beslissen. De bevolking koos in 1860 unaniem voor Frankrijk.

Bezienswaardigheden

Musée de Terra Amata
Bij bouwwerkzaamheden op de Mont Boron werd in 1965 een prehistorische nederzetting blootgelegd. De resultaten van het hierop volgende archeologische onderzoek waren zo opzienbarend dat ter plekke een museum werd ingericht. Het museum laat ondermeer door reconstructie van een jagerskamp de levensgewoonten van de oudste bewoners van deze streek zien.

Parc des Arènes
Hier is het Romeinse erfgoed van Cimiez te vinden. Het amfitheater, de thermen, een stuk heerbaan en resten van de antieke stad geven een indruk van deze belangrijke plaats aan het begin van onze jaartelling. De talrijke voorwerpen die bij de opgravingen werden gevonden, zijn in het Musée d’Archéologie verzameld.

Monastère de Cimiez
Dit franciscanenklooster heeft een uitbundige terrastuin met een mooi panorama over de vallei van de Paillon. In de kloosterkerk hangen twee schilderijen van Louis Bréa, een vroege piëta uit 1475 en een kruisiging uit 1512. Op het kerkhof staat de graftombe van Henri Matisse.
Matisse verbleef van 1916 tot aan zijn dood in 1954 in Nice, waar hij de laatste vijftien jaar in het voormalige Hôtel Régina gewoond en gewerkt heeft. In de 17e-eeuwse Villa des Arènes is na een schenking van zijn weduwe het Musée Matisse gehuisvest. De Collectie laat van het vroegste werk af de ontwikkeling van deze Fauvist zien.

Musée national du Message biblique Marc Chagall
De Bijbelse boodschap is een project van Chagall dat bestaat uit zeventien grote doeken met religieuze thema’s. Ook de mozaïekramen van het in 1972 geopende museum zijn van zijn hand.

Musée d’Art Moderne et Contemporaine
Het nieuwste complex met het museum en het theater bestaat uit vier marmeren torens die door passages met elkaar verbonden zijn. Wie geshockeerd wordt door het avant-gardistische werk van Yves Klein, César, Arman en de naoorlogse School van Nice kan het dak op om zich te troosten met de hof van Eden van Yves Klein en een blik over de stad. Internationale kunstenaars uit de collectie zijn Warhol, Oldenburg, Appel, Haring, Tinguely.

Palais Lascaris
Dit 17e-eeuwse paleis in de Rue Droite is mooi gerestaureerd. Het heemkundige museum van Nice is hier tevens in ondergebracht. Bij de Tour Bellanda brengt een lift u bovenop de Colline du Château. Vanaf deze rots, waar de stad haar grondvesten heeft, heeft u aan de ene kant een mooi uitzicht over Port Lympia en de Mont Boron en aan de andere kant ligt de Boulevard d’Anglais aan uw voeten uitgestrekt tot Antibes.

Boulevard d”Anglais
Dit is de wel heel bekende promenade. Van het oude casino, le Palais de la Méditerranée, is alleen de gevel bewaard gebleven als façade van een nieuw bouwwerk. Verderop staan de majestueuze hotels Westminster en Negresco. Er tussenin, achter een parkje verscholen. ligt het Musée Masséna, dat met documenten en familieportretten de geschiedenis van Nice aanschouwelijk maakt. Ook enkele meesterwerken van de 16e-eeuwse Primitieven worden hier tentoongesteld.
Op een mooie dag in 1955 zette Yves Klein zijn schildersezel aan de boulevard op en bracht de kunstwereld in beroering door zijn uitzicht over zee uit te beelden als een monochroom blauw vlak.

Monaco
Monaco bevindt zich op 18 km ten oosten van Nice en 12 km ten westen van de Frans-Italiaanse grens. Het bestaat uit vier delen: Monaco-Ville, Monte Carlo, La Condsaminre en Fonvieille. In het bekende casino schoot Mati Hari ooit een Russische spion dood en veroverde Richard Burton Liz Taylor. Het gebouw werd in 1878 gebouwd door Charles Granier en lijkt op de Parijse Opera.

De opkomst van Monte Carlo begon omstreeks 1860, ten tijde van prins Charles, die, zoals de meeste vorsten, wel een bijverdienste kon gebruiken.
De prins deed een gelukkige keuze door een zekere Francois Blanc de leiding te geven van het armetierige speelbankje in Monaco. Deze Blanc, een man met een brede visie, begon met op de kale Rocher des Spéluges een majestueus casino te bouwen, ontworpen door Garnier, de architect van de Opéra te Parijs.
Ter ere van prins Charles kreeg de kale hoogte de naam Monte Carlo: royale tuinen en terrassen met een schat aan bomen, planten en bloemen werden er op aangelegd, enkele luxueuze hotels en café’s verrezen in de nabijheid en de nodige publiciteit zorgde voor de rest.
Russische grootvorsten, Franse, Engelse en Duitse hertogen en graven verschenen, die op snelle wijze het familiekapitaal hoopten te vergroten, meestal echter met averechts resultaat, ten gunste van Monte Carlo, dat floreerde door de binnenvloeiende geldstroom.

Monaco heeft in tegenstelling tot de andere kuststeden aan de Franse Rivièra niet geschroomd om de hoogte in te bouwen. Het staatje is door zijn aantrekkingskracht op gefortuneerde immigranten te klein, zodat het zich wel heeft moeten uitbreiden met wolkenkrabbers. Omdat de torenflats tegen de hellingen aan liggen en op onmogelijke plekken zijn gebouwd, ontstaat er een futuristisch en Babylonisch effect, dat nog versterkt wordt door de straten die elkaar op verschillende niveaus kruisen. Het snobistische en kosmopolitische karakter van het prinsdom benadrukt de vervreemdende sfeer.

Bezienswaardigheden

St. Nicholas Cathedral
Een kort bezoekje aan deze kathedraal, zal u een blik gunnen op het graf van Prinses Gracia.

Prince’s Palace
Deze vroegere vesting bewaakt Monaco nog steeds vanaf de top en is nog steeds het middelpunt van middeleeuws Monaco.
Geniet van het schitterende uitzicht en een bezoek aan één van de zalen van het grote Italiaanse paleis, waar u de exclusieve kunstschatten kunt bezichtigen.
Vlakbij dit paleis is de Grand Prix Motor Racebaan.

Monte Carlo Casino
Dit is het meest prominente gebouw als middelpunt van de Riviera. De architect van dit gebouw is Charles Garnier. Het rad van deze beroemde instelling draait al sinds 1856. Een blik naar binnen is min of meer verplicht, vooral de Roze Salon, waar schitterende beschilderingen op het plafond zijn aangebracht.

Het paleis van de prins
Het is evenals de mooie tuinen elke dag te bezoeken. De oudste gedeelten dateren uit de 13de eeuw.
Voor en naast het paleis staan nog oude kanonnen die een merkwaardige decoratie vormen. Keurige stapels kanonkogels liggen ernaast, met het oog op souvenirjagers zorgvuldig in cement vastgezet.
Op het plein voor de toegangspoort van het paleis trekt het kleurige schouwspel van het aflossen van de wacht (om 11.55 uur) steeds een menigte kijkers.

Cagnes-sur-Mer
Cagnes-sur-Mer is een naam in meervoud. Er is eigenlijk sprake van drie Cagnes: de badplaats Crosde-Cagnes, het moderne centrum Cagnes-Ville en Haut-de-Cagnes, de oude heuvel die wordt beheerst door het Château de Cagnes. De Grimaldi’s, die ook Monaco verwierven, waren vanaf 1300 met deze vesting beleend. In de 17de eeuw werd het kasteel door de invloedrijke Jean-Henri Grimaldi aangepast aan de hoffelijkere behoeften van zijn tijd. Beroemde kunstenaars kregen de opdracht om fresco’s te maken. Daarbij werd de trompe -l’oeil-techniek toegepast. De plafondschildering De val van Phaëton verhoogt de wanden met een imaginaire zuilengalerij en confronteert de argeloze bezoeker met de kont van een neerstortend paard.
Nadat de gemeente het kasteel in 1937 had aangekocht, kreeg het een veelzijdige museumbestemming. De zalen en vertrekken rondom de prachtige patio maken ondermeer deel uit van het olijvenmuseum, de expositieruimte voor het Festival International de la Peinture en de Donation Solidor. De zangeres Suzy Solidor was een ijdele dame die zich graag liet portretteren. Hoe een veertigtal gerenommeerde kunstenaars als Picabia, Van Dongen, Cocteau en Tamara de Lempicka haar hebben bestudeerd, kunt u in het voormalige boudoir van het markiezin Grimaldi zien.

Bij een wandeling door het oude stadje treft u overwelfde gangen aan, zoals Rue Sous-Barri, geheimzinnige nissen en met keien geplaveide straatjes.

De impressionist Auguste Renoir leit aan het begin van de 20ste eeuw een huis bouwen op het domaine des Colletes, dat hij had gekocht om de eeuwenoude olijfbomen op dit landgoed te redden. Hij bracht er zijn laatste jaren door en na zijn dood werd het zijn museum Musée Renoir. De inrichting werd in dezelfde staat gelaten als in de tijd van de schilder. De ezel staat nog in het atelier voor hem klaar.

Nuttige tips

Winkelen
U vindt op Avenue Jean Médicin de mooie Franse warenhuizen. De eigenlijke winkelstraten liggen tussen Rue Biscarra en Boulevard Dubouchage. Winkels zijn geopend op maandag t/m zaterdag van 09.00-19.00 uur. Souvenirs: ambachtelijke producten, aardewerk poppetjes in klederdracht, keramiek, geurmiddelen, glaswerk, olijfolie, lavendel, wijn.

Tip
In vieux-Nice is de Cours Saleya ‘the place to be’ met de aangename caféterrassen en de bloemen-en groentenmarkt. Verderop is Place St. François met de vismarkt en het kleine Place Rossetti, waar de restaurants op het plein rond de fontein hun tafels hebben uitgestald.

Ligplaats schip
Cruiseschepen liggen aan de Quai du Commerce in de haven van Nice. Het is ca. 15 minuten lopen van het schip naar het stadscentrum.